| De ambulancebemanning is speciaal opgeleid voor het verlenen van spoedeisende hulp en alle andere voorkomende vormen van ambulancezorg. De ambulancechauffeur is geschoold en getraind in het snel maar toch veilig rijden van de ambulance. Ook assisteert de chauffeur bij de medische handelingen van de ambulanceverpleegkundige, zoals aangeven van materialen, klaarzetten van medicijnen en apparatuur, etc. De ambulanceverpleegkundige heeft behalve jarenlange ervaring in het ziekenhuis als anesthesie- of intensive care-verpleegkundige, een gespecialiseerde opleiding gevolgd. Deze opleiding duurt 1 jaar en is gericht op ambulancezorg, waarbij verpleegkundigen een aantal gespecificeerde medische handelingen mogen uitvoeren die normaal gesproken alleen artsen mogen uitvoeren. Deze handelingen, die in een landelijk protocol zijn vastgelegd, worden regelmatig getraind en bijgeschoold zodat de verpleegkundigen bekwaam zijn en blijven. Zodra de ambulancebemanning bij de patiënt is aangekomen, start de medische zorg. De verpleegkundige beoordeelt patiënt en situatie volgens een gestandaardiseerde werkwijze. Vervolgens besluit de verpleegkundige of vervoer naar het ziekenhuis al dan niet noodzakelijk is. Het gebeurt dus soms dat na beoordeling van de patiënt, geconstateerd wordt dat vervoer per ambulance niet noodzakelijk is. De patiënt kan bijvoorbeeld doorverwezen worden naar de huisarts of goede instructies meekrijgen hoe verder te handelen. |